Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Betrouwbaarheidsintervallen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
n = 25, σ = 5LUx̄ = 196E = ?99%

Een steekproef van 25 metingen heeft gemiddelde 196. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 5. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 25x̄ = 196σ = 599%
E =
2.Makkelijk
15,53x̄34,4795%

Een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, berekend uit 36 waarnemingen met een bekende standaardafwijking van de populatie, is [15,53, 34,47]. Welke standaardafwijking σ is gebruikt?

[15,53, 34,47]n = 3695%
σ =
3.Gemiddeld
x̄E₁ = 1090%, n = 100x̄E₂ = ?99%, n = 900

Een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 100 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 10. Wat is de foutmarge E₂ van een 99%-interval gebaseerd op 900 waarnemingen?

90%n₁ = 100E₁ = 1099%n₂ = 900
E₂ =
4.Gemiddeld
n = 13, sd​ = 7,30L = ?Ud̄ = 3E95%

De bloeddruk van 13 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 3 en standaardafwijking 7,3. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.

n = 13d̄ = 3sd = 7,395%t(12) = 2,179
ondergrens = mmHg
5.Moeilijk
σ = 16, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 295%

De standaardafwijking van de populatie is 16. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2 heeft?

σ = 16E = 295%
n =
6.Moeilijk
σ = 3, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 195%

De standaardafwijking van de populatie is 3. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?

σ = 3E = 195%
n =

Antwoordenblad

  1. 1. E = 2,576
  2. 2. σ = 28,99
  3. 3. E₂ = 5,22
  4. 4. ondergrens = −1,412 mmHg
  5. 5. n = 246
  6. 6. n = 35

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.