Een steekproef van 100 metingen heeft gemiddelde 86. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 4. Bereken de foutmarge E van een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een laboratorium meet een grootheid 30 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 17,5. Hoe breed W is het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
Een steekproef van 15 items heeft gemiddelde 29,5 en standaardafwijking s = 12,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 13 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 9,7 en standaardafwijking 3,8. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 20 proefvelden, gemiddelde opbrengst 95 kg, standaardafwijking 10 kg. Groep 2: 6 proefvelden, gemiddelde 98 kg, standaardafwijking 4,5 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Over de fractie defecte producten is vooraf niets bekend. Hoeveel producten n moeten worden gecontroleerd zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie een foutmarge van hoogstens 0,02 heeft?
Antwoordenblad
- 1. E = 0,784
- 2. W = 10,51
- 3. E = 9,608
- 4. ondergrens = 7,403 mmHg
- 5. ondergrens = −11,77 kg
- 6. n = 2401
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.