Een steekproef van 50 metingen heeft gemiddelde 108,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 8. Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een laboratorium meet een grootheid 40 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 13. Hoe breed W is het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
Een steekproef van 20 items heeft gemiddelde 71 en standaardafwijking s = 11,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 10 items heeft gemiddelde 55,5 en standaardafwijking s = 13. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 9 proefvelden, gemiddelde opbrengst 12,5 kg, standaardafwijking 2 kg. Groep 2: 22 proefvelden, gemiddelde 6,5 kg, standaardafwijking 7 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
De diameters van 30 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 5,9 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 29 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 16,047 en 2,5% boven 45,722.
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 110,7
- 2. W = 8,057
- 3. E = 5,382
- 4. ondergrens = 46,2
- 5. ondergrens = 1,934 kg
- 6. σ = 4,699 µm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.