Een steekproef van 50 metingen heeft gemiddelde 150. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 6. Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 50 metingen heeft gemiddelde 76,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 21. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De batterijduur van twee telefoonmodellen wordt vergeleken. Model 1: 30 telefoons, gemiddelde 96 h, bekende standaardafwijking 17 h. Model 2: 50 telefoons, gemiddelde 93,5 h, bekende standaardafwijking 10 h. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Een steekproef van 6 items heeft gemiddelde 49,5 en standaardafwijking s = 15. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 13. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 3 heeft?
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 8 proefvelden, gemiddelde opbrengst 79 kg, standaardafwijking 6 kg. Groep 2: 14 proefvelden, gemiddelde 70,5 kg, standaardafwijking 9 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 151,7
- 2. ondergrens = 70,68
- 3. bovengrens = 8,111 h
- 4. E = 12,34
- 5. n = 51
- 6. bovengrens = 14,68 kg
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.