Een steekproef van 25 metingen heeft gemiddelde 182,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 8. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een laboratorium meet een grootheid 100 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 2. Hoe breed W is het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
De batterijduur van twee telefoonmodellen wordt vergeleken. Model 1: 60 telefoons, gemiddelde 102,5 h, bekende standaardafwijking 4 h. Model 2: 80 telefoons, gemiddelde 96,5 h, bekende standaardafwijking 8 h. Bereken de foutmarge E van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Een steekproef van 9 items heeft gemiddelde 86 en standaardafwijking s = 18,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 29. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?
De diameters van 20 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 6,8 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de bovengrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 19 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 8,907 en 2,5% boven 32,852.
Antwoordenblad
- 1. ondergrens = 179,9
- 2. W = 0,658
- 3. E = 2,024 h
- 4. E = 14,22
- 5. n = 2276
- 6. σ = 9,932 µm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.