Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 183,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 8. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
In een peiling onder 1000 willekeurig gekozen kiezers steunen 300 een voorstel. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie voorstanders.
De bloeddruk van 12 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 2,7 en standaardafwijking 6,4. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
De bloeddruk van 8 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde −9,2 en standaardafwijking 4,1. Bereken de foutmarge E van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
De standaardafwijking van de populatie is 37. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft?
De diameters van 25 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 8,1 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 24 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 12,401 en 2,5% boven 39,364.
Antwoordenblad
- 1. ondergrens = 181,3
- 2. E = 0,03733
- 3. bovengrens = 6,018 mmHg
- 4. E = 5,072 mmHg
- 5. n = 593
- 6. σ = 6,325 µm
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.