In een peiling onder 500 willekeurig gekozen kiezers steunen 435 een voorstel. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie voorstanders.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 200 metingen heeft gemiddelde 159,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 22. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 30 items heeft gemiddelde 24,5 en standaardafwijking s = 12,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 21 items heeft gemiddelde 110,5 en standaardafwijking s = 12,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 19. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 3 heeft?
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 5 proefvelden, gemiddelde opbrengst 35,5 kg, standaardafwijking 8,5 kg. Groep 2: 21 proefvelden, gemiddelde 39 kg, standaardafwijking 4 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de foutmarge E van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 0,9087
- 2. E = 2,559
- 3. bovengrens = 28,38
- 4. E = 4,705
- 5. n = 267
- 6. E = 4,289 kg
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.