Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Betrouwbaarheidsintervallen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
LU = ?p̂ = 55/250E99%

In een peiling onder 250 willekeurig gekozen kiezers steunen 55 een voorstel. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie voorstanders.

n = 250x = 5599%
bovengrens =
2.Makkelijk
166,48x̄172,5290%

Een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, berekend uit 144 waarnemingen met een bekende standaardafwijking van de populatie, is [166,48, 172,52]. Welke standaardafwijking σ is gebruikt?

[166,48, 172,52]n = 14490%
σ =
3.Gemiddeld
x̄E₁ = 11,395%, n = 64x̄E₂ = ?95%, n = 128

Een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 64 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 11,3. Wat is de foutmarge E₂ als hetzelfde onderzoek in plaats daarvan 128 waarnemingen gebruikt?

95%n₁ = 64E₁ = 11,3n₂ = 128
E₂ =
4.Gemiddeld
n = 16, s = 8LUx̄ = 107,5E = ?90%

Een steekproef van 16 items heeft gemiddelde 107,5 en standaardafwijking s = 8. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 16x̄ = 107,5s = 890%t(15) = 1,753
E =
5.Moeilijk
σ = 6, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 1,595%

De standaardafwijking van de populatie is 6. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?

σ = 6E = 1,595%
n =
6.Moeilijk
μ₁ − μ₂, t(14) = 2,1450L = ?Ux̄₁ − x̄₂E95%

Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 10 proefvelden, gemiddelde opbrengst 48,5 kg, standaardafwijking 9 kg. Groep 2: 6 proefvelden, gemiddelde 38,5 kg, standaardafwijking 3 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.

n₁ = 10x̄₁ = 48,5s₁ = 9n₂ = 6x̄₂ = 38,5s₂ = 395%t(14) = 2,145
ondergrens = kg

Antwoordenblad

  1. 1. bovengrens = 0,2875
  2. 2. σ = 22,03
  3. 3. E₂ = 7,99
  4. 4. E = 3,506
  5. 5. n = 62
  6. 6. ondergrens = 1,764 kg

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.