Een steekproef van 64 metingen heeft gemiddelde 22,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 9. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 121 metingen heeft gemiddelde 160. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 18. Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 16 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 9,5 en standaardafwijking 2,5. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
Een steekproef van 9 items heeft gemiddelde 70 en standaardafwijking s = 4. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 21. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?
Over de fractie defecte producten is vooraf niets bekend. Hoeveel producten n moeten worden gecontroleerd zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie een foutmarge van hoogstens 0,03 heeft?
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 25,4
- 2. bovengrens = 163,2
- 3. ondergrens = 8,168 mmHg
- 4. ondergrens = 66,93
- 5. n = 1301
- 6. n = 752
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.