Een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, berekend uit 25 waarnemingen met een bekende standaardafwijking van de populatie, is [118,05, 125,95]. Welke standaardafwijking σ is gebruikt?
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 64 metingen heeft gemiddelde 52,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 20. Bereken de foutmarge E van een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De batterijduur van twee telefoonmodellen wordt vergeleken. Model 1: 60 telefoons, gemiddelde 144,5 h, bekende standaardafwijking 17 h. Model 2: 100 telefoons, gemiddelde 145 h, bekende standaardafwijking 4 h. Bereken de foutmarge E van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Een steekproef van 13 items heeft gemiddelde 45,5 en standaardafwijking s = 9. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De diameters van 21 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 5,7 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 20 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 9,591 en 2,5% boven 34,17.
De standaardafwijking van de populatie is 31. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 0,5 heeft?
Antwoordenblad
- 1. σ = 12,01
- 2. E = 4,9
- 3. E = 3,67 h
- 4. bovengrens = 49,95
- 5. σ = 4,361 µm
- 6. n = 14768
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.