Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 113,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 7. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 80 metingen heeft gemiddelde 84. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 30. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 10 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 6 en standaardafwijking 4,8. Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
Een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 64 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 5,9. Wat is de foutmarge E₂ van een 95%-interval gebaseerd op 128 waarnemingen?
Een vooronderzoek wijst erop dat ongeveer 0,15 van de producten defect is. Hoeveel producten n moeten worden gecontroleerd zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie een foutmarge van hoogstens 0,05 heeft?
De standaardafwijking van de populatie is 32. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 3 heeft?
Antwoordenblad
- 1. ondergrens = 111,9
- 2. E = 8,64
- 3. bovengrens = 9,433 mmHg
- 4. E₂ = 4,971
- 5. n = 139
- 6. n = 438
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.