Een steekproef van 200 metingen heeft gemiddelde 121,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 11. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
In een peiling onder 250 willekeurig gekozen kiezers steunen 55 een voorstel. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie voorstanders.
Een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 36 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 12. Wat is de foutmarge E₂ van een 90%-interval uit dezelfde data?
De bloeddruk van 11 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 1,6 en standaardafwijking 1,1. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
De diameters van 16 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 8,4 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 15 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 6,262 en 2,5% boven 27,488.
De standaardafwijking van de populatie is 40. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2 heeft?
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 123,5
- 2. ondergrens = 0,1769
- 3. E₂ = 7,663
- 4. ondergrens = 0,999 mmHg
- 5. σ = 6,205 µm
- 6. n = 1537
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.