Een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, berekend uit 100 waarnemingen met een bekende standaardafwijking van de populatie, is [131,36, 140,64]. Welke standaardafwijking σ is gebruikt?
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 40 metingen heeft gemiddelde 29,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 25. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 8 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde −4,4 en standaardafwijking 5,9. Bereken de foutmarge E van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
Een steekproef van 13 items heeft gemiddelde 74 en standaardafwijking s = 15,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 25. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft?
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 6 proefvelden, gemiddelde opbrengst 65,5 kg, standaardafwijking 4,5 kg. Groep 2: 20 proefvelden, gemiddelde 54 kg, standaardafwijking 5 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de foutmarge E van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Antwoordenblad
- 1. σ = 18,01
- 2. ondergrens = 21,75
- 3. E = 3,953 mmHg
- 4. bovengrens = 87,13
- 5. n = 271
- 6. E = 6,38 kg
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.