Een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, berekend uit 49 waarnemingen met een bekende standaardafwijking van de populatie, is [42,62, 54,38]. Welke standaardafwijking σ is gebruikt?
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 110. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 14. Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 16 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 2,7 en standaardafwijking 4,5. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
Een steekproef van 10 items heeft gemiddelde 52 en standaardafwijking s = 10,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 17. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?
De standaardafwijking van de populatie is 25. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 0,5 heeft?
Antwoordenblad
- 1. σ = 25,02
- 2. bovengrens = 113,9
- 3. bovengrens = 4,672 mmHg
- 4. E = 10,79
- 5. n = 1918
- 6. n = 9604
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.