Een steekproef van 25 metingen heeft gemiddelde 54,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 13. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 80 metingen heeft gemiddelde 83. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 11. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 11 items heeft gemiddelde 86 en standaardafwijking s = 1,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De bloeddruk van 6 patiënten wordt gemeten voor en na een behandeling. De verschillen d = voor − na (mmHg) hebben gemiddelde 6,9 en standaardafwijking 2,9. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde verschil.
De diameters van 25 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 2,9 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 24 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 12,401 en 2,5% boven 39,364.
Over de fractie defecte producten is vooraf niets bekend. Hoeveel producten n moeten worden gecontroleerd zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie een foutmarge van hoogstens 0,03 heeft?
Antwoordenblad
- 1. E = 6,698
- 2. ondergrens = 80,59
- 3. ondergrens = 85,18
- 4. bovengrens = 11,67 mmHg
- 5. σ = 2,264 µm
- 6. n = 1068
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.