In een peiling onder 100 willekeurig gekozen kiezers steunen 58 een voorstel. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor de fractie voorstanders.
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 36 metingen heeft gemiddelde 59. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 21. Bereken de bovengrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 12 items heeft gemiddelde 53,5 en standaardafwijking s = 3,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De batterijduur van twee telefoonmodellen wordt vergeleken. Model 1: 40 telefoons, gemiddelde 133 h, bekende standaardafwijking 7 h. Model 2: 100 telefoons, gemiddelde 120 h, bekende standaardafwijking 16 h. Bereken de foutmarge E van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
De diameters van 11 bewerkte assen hebben een steekproefstandaardafwijking van 4,6 µm. Neem aan dat de diameters normaal verdeeld zijn en bereken de ondergrens σ van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor de standaardafwijking van de populatie. Bij df = 10 ligt 2,5% van de χ²-verdeling onder 3,247 en 2,5% boven 20,483.
Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 15 proefvelden, gemiddelde opbrengst 54 kg, standaardafwijking 6,5 kg. Groep 2: 16 proefvelden, gemiddelde 54,5 kg, standaardafwijking 5 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
Antwoordenblad
- 1. bovengrens = 0,6612
- 2. bovengrens = 68,02
- 3. bovengrens = 55,31
- 4. E = 5,012 h
- 5. σ = 3,214 µm
- 6. bovengrens = 3,743 kg
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.