Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Betrouwbaarheidsintervallen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
LUW = ?

Een laboratorium meet een grootheid 100 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 2. Hoe breed W is het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?

n = 100σ = 290%
W =
2.Makkelijk
n = 200, σ = 26LUx̄ = 172,5E = ?90%

Een steekproef van 200 metingen heeft gemiddelde 172,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 26. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 200x̄ = 172,5σ = 2690%
E =
3.Gemiddeld
x̄E₁ = 6,695%, n = 100x̄E₂ = ?95%, n = 900

Een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 100 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 6,6. Wat is de foutmarge E₂ als hetzelfde onderzoek in plaats daarvan 900 waarnemingen gebruikt?

95%n₁ = 100E₁ = 6,6n₂ = 900
E₂ =
4.Gemiddeld
n = 21, s = 15,5L = ?Ux̄ = 47E99%

Een steekproef van 21 items heeft gemiddelde 47 en standaardafwijking s = 15,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 21x̄ = 47s = 15,599%t(20) = 2,845
ondergrens =
5.Moeilijk
σ = 20, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 2,595%

De standaardafwijking van de populatie is 20. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft?

σ = 20E = 2,595%
n =
6.Moeilijk
σ = 28, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 1,590%

De standaardafwijking van de populatie is 28. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?

σ = 28E = 1,590%
n =

Antwoordenblad

  1. 1. W = 0,658
  2. 2. E = 3,024
  3. 3. E₂ = 2,2
  4. 4. ondergrens = 37,38
  5. 5. n = 246
  6. 6. n = 943

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.