Een laboratorium meet een grootheid 100 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 2. Hoe breed W is het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een steekproef van 200 metingen heeft gemiddelde 172,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 26. Bereken de foutmarge E van een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde, gebaseerd op 100 waarnemingen en een bekende σ, heeft een foutmarge van 6,6. Wat is de foutmarge E₂ als hetzelfde onderzoek in plaats daarvan 900 waarnemingen gebruikt?
Een steekproef van 21 items heeft gemiddelde 47 en standaardafwijking s = 15,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De standaardafwijking van de populatie is 20. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft?
De standaardafwijking van de populatie is 28. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?
Antwoordenblad
- 1. W = 0,658
- 2. E = 3,024
- 3. E₂ = 2,2
- 4. ondergrens = 37,38
- 5. n = 246
- 6. n = 943
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.