Een laboratorium meet een grootheid 25 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 23,5. Hoe breed W is het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een laboratorium meet een grootheid 100 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 19. Hoe breed W is het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?
Een steekproef van 25 items heeft gemiddelde 13 en standaardafwijking s = 17. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
De batterijduur van twee telefoonmodellen wordt vergeleken. Model 1: 30 telefoons, gemiddelde 90,5 h, bekende standaardafwijking 11 h. Model 2: 60 telefoons, gemiddelde 93 h, bekende standaardafwijking 7 h. Bereken de foutmarge E van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.
De standaardafwijking van de populatie is 4. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?
De standaardafwijking van de populatie is 37. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?
Antwoordenblad
- 1. W = 24,21
- 2. W = 9,789
- 3. ondergrens = 5,982
- 4. E = 4,316 h
- 5. n = 107
- 6. n = 3705
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.