Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Betrouwbaarheidsintervallen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
LUW = ?

Een laboratorium meet een grootheid 30 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 23,5. Hoe breed W is het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?

n = 30σ = 23,599%
W =
2.Makkelijk
n = 144, σ = 21LU = ?x̄ = 24,5E90%

Een steekproef van 144 metingen heeft gemiddelde 24,5. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 21. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 144x̄ = 24,5σ = 2190%
bovengrens =
3.Gemiddeld
n = 30, s = 18LUx̄ = 74E = ?99%

Een steekproef van 30 items heeft gemiddelde 74 en standaardafwijking s = 18. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de foutmarge E van een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 30x̄ = 74s = 1899%t(29) = 2,756
E =
4.Gemiddeld
n = 7, s = 18L = ?Ux̄ = 91E90%

Een steekproef van 7 items heeft gemiddelde 91 en standaardafwijking s = 18. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de ondergrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 7x̄ = 91s = 1890%t(6) = 1,943
ondergrens =
5.Moeilijk
σ = 34, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 1,595%

De standaardafwijking van de populatie is 34. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1,5 heeft?

σ = 34E = 1,595%
n =
6.Moeilijk
σ = 10, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 195%

De standaardafwijking van de populatie is 10. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft?

σ = 10E = 195%
n =

Antwoordenblad

  1. 1. W = 22,1
  2. 2. bovengrens = 27,38
  3. 3. E = 9,057
  4. 4. ondergrens = 77,78
  5. 5. n = 1974
  6. 6. n = 385

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.