Werkblad Betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Betrouwbaarheidsintervallen: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
n = 200, σ = 26L = ?Ux̄ = 81E95%

Een steekproef van 200 metingen heeft gemiddelde 81. De standaardafwijking van de populatie is bekend en is 26. Bereken de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 200x̄ = 81σ = 2695%
ondergrens =
2.Makkelijk
LUW = ?

Een laboratorium meet een grootheid 100 keer; de standaardafwijking van de meting is bekend en is 22,5. Hoe breed W is het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het ware gemiddelde (bovengrens min ondergrens)?

n = 100σ = 22,595%
W =
3.Gemiddeld
n = 21, s = 16LU = ?x̄ = 45E90%

Een steekproef van 21 items heeft gemiddelde 45 en standaardafwijking s = 16. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 21x̄ = 45s = 1690%t(20) = 1,725
bovengrens =
4.Gemiddeld
n = 16, s = 1,5LU = ?x̄ = 20E90%

Een steekproef van 16 items heeft gemiddelde 20 en standaardafwijking s = 1,5. De populatie is bij benadering normaal verdeeld. Bereken de bovengrens van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.

n = 16x̄ = 20s = 1,590%t(15) = 1,753
bovengrens =
5.Moeilijk
σ = 30, n = ?x̄ − Ex̄ + Ex̄E = 499%

De standaardafwijking van de populatie is 30. Hoe groot moet de steekproef n zijn zodat een 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde een foutmarge van hoogstens 4 heeft?

σ = 30E = 499%
n =
6.Moeilijk
μ₁ − μ₂, t(10) = 1,8120LUx̄₁ − x̄₂E = ?90%

Twee kunstmeststoffen worden getest. Groep 1: 7 proefvelden, gemiddelde opbrengst 29,5 kg, standaardafwijking 2 kg. Groep 2: 5 proefvelden, gemiddelde 32,5 kg, standaardafwijking 1 kg. Neem gelijke varianties aan (gepoolde t, df = n₁ + n₂ − 2). Bereken de foutmarge E van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor μ₁ − μ₂.

n₁ = 7x̄₁ = 29,5s₁ = 2n₂ = 5x̄₂ = 32,5s₂ = 190%t(10) = 1,812
E = kg

Antwoordenblad

  1. 1. ondergrens = 77,4
  2. 2. W = 8,82
  3. 3. bovengrens = 51,02
  4. 4. bovengrens = 20,66
  5. 5. n = 374
  6. 6. E = 1,775 kg

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.