Zeewater (ρ = 1025 kg/m³) stroomt met 3,25 m/s door een leiding met een binnendiameter van 25 mm. Vind het massadebiet ṁ.
Werkblad Continuïteit en Bernoulli met antwoorden
Water stroomt met 2,5 m/s door het brede deel van de leiding, met een diameter van 100 mm. Vind het volumedebiet Q.
Water stroomt met 22 L/s door een horizontale leiding die versmalt van 150 mm naar 100 mm. De druk in het smalle deel is 170 kPa. Vind, zonder verliezen, de druk p1 in het brede deel.
Een pitotbuis in een windtunnel meet een verschil van 900 Pa tussen de stuwdruk en de statische druk. De dichtheid van de lucht is 1,2 kg/m³. Vind de luchtsnelheid v.
Water stroomt omhoog door een leiding die versmalt van 100 mm naar 40 mm en daarbij 4 m stijgt. In doorsnede 1 is de druk 260 kPa en de snelheid 2,25 m/s. Verwaarloos verliezen en vind de druk p2 in doorsnede 2.
Een gesloten watertank heeft boven het water perslucht met een overdruk van 70 kPa. Water stroomt via een opening met een diameter van 40 mm, 2,5 m onder het wateroppervlak, de buitenlucht in. Vind, zonder verliezen, het debiet Q. Gebruik g = 9,81 m/s².
Antwoordenblad
- 1. ṁ = 1,635 kg/s
- 2. Q = 19,63 L/s
- 3. p1 = 173,1 kPa
- 4. v = 38,73 m/s
- 5. p2 = 124,4 kPa
- 6. Q = 17,28 L/s
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.