De rijen x[n] = {−3, −2, 1} en h[n] = {1, −1} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het grootste monster ymax van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
De rij x[n] is niet nul voor n = 0…2 en h[n] voor n = -2…0, zoals getoond. Bepaal de laatste index nlast waarbij y[n] = x[n] ∗ h[n] niet nul kan zijn.
Het signaal x(t) is alleen niet nul tussen t = −1 s en t = 1 s, en h(t) alleen tussen t = −1 s en t = 3 s. Bepaal het tijdstip tend waarop y(t) = x(t) ∗ h(t) eindigt.
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−1tu(t). De ingang is een stap x(t) = 1·u(t). Bepaal de uitgang y(2) bij t = 2 s.
Een systeem voldoet aan y′(t) + 0,5·y(t) = 10·x(t). Bepaal zijn impulsresponsie bij t = 1 s, h(1).
Een blokgolf schakelt tussen 1 en 0 met periode T = 20 ms (een halve periode op elk niveau). Bepaal de amplitude c1 van zijn fouriercomponent bij 50 Hz.
Antwoordenblad
- 1. ymax = 3
- 2. nlast = 2
- 3. tend = 4 s
- 4. y(2) = 0,8647
- 5. h(1) = 6,065
- 6. c1 = 0,6366
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.