De rijen x[n] = {3, −2, −2} en h[n] = {−1, 1} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het grootste monster ymax van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
De rijen x[n] = {4, −2, −2} en h[n] = {−2, 1, 4} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het grootste monster ymax van y[n] = x[n] ∗ h[n].
De puls x(t) = 2 voor 0 ≤ t < 3 s wordt geconvolueerd met h(t), een driehoek die lineair daalt van 3 bij t = 0 naar 0 bij t = 4 s. Bepaal de oppervlakte Ay onder y(t) = x(t) ∗ h(t).
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−0,5tu(t). De ingang is een stap x(t) = 1·u(t). Bepaal de uitgang y(0,8) bij t = 0,8 s.
Een systeem voldoet aan y′(t) + 0,5·y(t) = 3·x(t). Bepaal zijn impulsresponsie bij t = 4 s, h(4).
Een blokgolf schakelt tussen 3 en 0 met periode T = 2 ms (een halve periode op elk niveau). Bepaal de amplitude c1 van zijn fouriercomponent bij 500 Hz.
Antwoordenblad
- 1. ymax = 5
- 2. ymax = 18
- 3. Ay = 36
- 4. y(0.8) = 0,6594
- 5. h(4) = 0,406
- 6. c1 = 1,91
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.