Een FIR-filter berekent y[n] = 2·x[n] + 0,25·x[n − 1] + 0,25·x[n − 2]. De ingang is x[n] = {−2, −1, −1, 3} voor n = 0…3 en elders nul. Bepaal de uitgang y[1].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
Een FIR-filter berekent y[n] = 0,5·x[n] − x[n − 1] + 0,25·x[n − 2]. De ingang is x[n] = {2, 1, 4, −2} voor n = 0…3 en elders nul. Bepaal de uitgang y[1].
De puls x(t) = 10 voor 0 ≤ t < 3 s wordt geconvolueerd met de puls h(t) = 4 voor 0 ≤ t < 1 s. Bepaal de oppervlakte Ay onder y(t) = x(t) ∗ h(t).
De ingang x(t) = 4·e−6tu(t) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = e−4tu(t). Bepaal de uitgang y(0,5) bij t = 0,5 s.
Een driehoeksgolf stijgt en daalt lineair tussen −4 en +4 met periode T = 2 ms. Bepaal de amplitude c3 van zijn fouriercomponent bij 1500 Hz.
Een systeem voldoet aan y[n] = 0,4·y[n − 1] + 0,5·x[n] en start in rust. Bepaal het monster h[2] van zijn impulsresponsie.
Antwoordenblad
- 1. y[1] = −2,5
- 2. y[1] = −1,5
- 3. Ay = 120
- 4. y(0.5) = 0,1711
- 5. c3 = 0,3603
- 6. h[2] = 0,08
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.