Een FIR-filter berekent y[n] = 0,5·x[n] + 0,25·x[n − 1] + 0,5·x[n − 2]. De ingang is x[n] = {1, 4, 3, 4} voor n = 0…3 en elders nul. Bepaal de uitgang y[2].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
De rijen x[n] = {−1, 4, 2, −1} en h[n] = {−2, −3, 1} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het monster y[4] van de convolutie y[n] = x[n] ∗ h[n].
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−2tu(t). De ingang is een stap x(t) = 4·u(t). Bepaal de uitgang y(1,5) bij t = 1,5 s.
De puls x(t) = 10 voor 0 ≤ t < 0.5 s (elders nul) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = e−5tu(t). Bepaal de uitgang y(1,5) bij t = 1,5 s, nadat de puls is geëindigd.
Een driehoeksgolf stijgt en daalt lineair tussen −3 en +3 met periode T = 20 ms. Bepaal de amplitude c3 van zijn fouriercomponent bij 150 Hz.
De ingang x(t) = 5·cos(60t) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = 5·e−20tu(t). Bepaal de amplitude Ym van de stationaire uitgang.
Antwoordenblad
- 1. y[2] = 3
- 2. y[4] = 5
- 3. y(1.5) = 1,9
- 4. y(1.5) = 0,01237
- 5. c3 = 0,2702
- 6. Ym = 0,3953
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.