De rijen x[n] = {−2, −3, −2} en h[n] = {3, −2} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het grootste monster ymax van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
1.Makkelijk
x[n] = {−2, −3, −2}, n = 0…2h[n] = {3, −2}, n = 0…1
ymax =
2.Makkelijk
De rijen x[n] = {−3, −3, −3} en h[n] = {2, 3} worden geconvolueerd. Bepaal de som Σy[n] van alle monsters van y[n] = x[n] ∗ h[n].
x[n] = {−3, −3, −3}, n = 0…2h[n] = {2, 3}
Σy[n] =
3.Gemiddeld
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−0,5tu(t). De ingang is een stap x(t) = 4·u(t). Bepaal de uitgang y(4) bij t = 4 s.
h(t) = e−0,5tu(t)x(t) = 4·u(t)t = 4 s
y(4) =
4.Gemiddeld
De ingang x(t) = 5·e−3tu(t) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = e−4tu(t). Bepaal de uitgang y(2) bij t = 2 s.
x(t) = 5·e−3tu(t)h(t) = e−4tu(t)t = 2 s
y(2) =
5.Moeilijk
Een pulstrein heeft hoogte 1, pulsbreedte 0,6 ms en periode 2 ms. Bepaal de amplitude c1 van harmonische nummer 1, bij 500 Hz.
A = 1τ = 0,6 msT = 2 ms
c1 =
6.Moeilijk
Een driehoeksgolf stijgt en daalt lineair tussen −5 en +5 met periode T = 5 ms. Bepaal de amplitude c1 van zijn fouriercomponent bij 200 Hz.
±5T = 5 msf = 200 Hz
c1 =
Antwoordenblad
- 1. ymax = 4
- 2. Σy[n] = −45
- 3. y(4) = 6,917
- 4. y(2) = 0,01072
- 5. c1 = 0,515
- 6. c1 = 4,053
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.