De rijen x[n] = {3, −3, 4} en h[n] = {−3, 1} beginnen allebei bij n = 0. Bepaal het grootste monster ymax van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
De rijen x[n] = {2, −1, 3} en h[n] = {4, 4, −1} worden geconvolueerd. Bepaal de som Σy[n] van alle monsters van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−0,5tu(t). De ingang is een stap x(t) = 5·u(t). Bepaal de uitgang y(6) bij t = 6 s.
De puls x(t) = 1 voor 0 ≤ t < 2 s (elders nul) wordt aangelegd op een systeem met de impulsresponsie h(t) = 5 voor 0 ≤ t < 4 s (elders nul). Bepaal de uitgang y(5,5) bij t = 5,5 s.
Een driehoeksgolf stijgt en daalt lineair tussen −5 en +5 met periode T = 4 ms. Bepaal de amplitude c3 van zijn fouriercomponent bij 750 Hz.
De ingang x(t) = 5·cos(7,5t) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = 10·e−10tu(t). Bepaal de fase φ van de stationaire uitgang ten opzichte van de ingang, in graden.
Antwoordenblad
- 1. ymax = 12
- 2. Σy[n] = 28
- 3. y(6) = 9,502
- 4. y(5.5) = 2,5
- 5. c3 = 0,4503
- 6. φ = −36,87 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.