De rijen x[n] = {4, 3, 1} en h[n] = {−2, 1, 2} worden geconvolueerd. Bepaal de som Σy[n] van alle monsters van y[n] = x[n] ∗ h[n].
Werkblad Convolutie en LTI-systemen met antwoorden
De rij x[n] is niet nul voor n = 0…2 en h[n] voor n = 3…4, zoals getoond. Bepaal de eerste index nfirst waarbij y[n] = x[n] ∗ h[n] niet nul kan zijn.
De ingang x(t) = 5·e−1tu(t) wordt aangelegd op een systeem met h(t) = e−2tu(t). Bepaal de uitgang y(2) bij t = 2 s.
Een systeem heeft de impulsresponsie h(t) = e−5tu(t). De ingang is een stap x(t) = 1·u(t). Bepaal de uitgang y(0,1) bij t = 0,1 s.
Een pulstrein heeft hoogte 10, pulsbreedte 1,5 ms en periode 5 ms. Bepaal de amplitude c2 van harmonische nummer 2, bij 400 Hz.
Een blokgolf schakelt tussen 10 en 0 met periode T = 1 ms (een halve periode op elk niveau). Bepaal de amplitude c1 van zijn fouriercomponent bij 1000 Hz.
Antwoordenblad
- 1. Σy[n] = 8
- 2. nfirst = 3
- 3. y(2) = 0,5851
- 4. y(0.1) = 0,07869
- 5. c2 = 3,027
- 6. c1 = 6,366
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.