1.Makkelijk
Een verdachte die door een ernstige geestesziekte niet wist wat hij deed, kan zich beroepen op:
- AProvocatie
- BNoodtoestand
- CDwang (duress)
- DInsanity (ontoerekeningsvatbaarheid)
2.Makkelijk
Uit welke twee elementen bestaat een strafbaar feit meestal?
- AAanbod en aanvaarding
- BMotief en gelegenheid
- CActus reus en mens rea
- DZorgplicht en schending
3.Makkelijk
Iemand die een ander helpt of aanmoedigt een misdrijf te plegen, zonder de handeling zelf uit te voeren, heet:
- AEen accessory (secondary party)
- BEen medeverdachte getuige
- CEen hoofddader (principal offender)
- DEen onschuldige tussenpersoon (innocent agent)
4.Gemiddeld
Strict-liability-delicten zijn delicten waarbij:
- AAansprakelijkheid alleen ontstaat als de verdachte ten aanzien van elk element nalatig was
- BVoor ten minste één element van de actus reus geen mens rea vereist is
- CAlleen opzettelijke handelingen tellen
- DDe verdachte moet bekennen
5.Gemiddeld
Bendeleden bedreigen D om haar een postkantoor te laten overvallen. D had zich bij de bende aangesloten in de wetenschap dat die geweld gebruikte. Volgens R v Hasan:
- AKan D zich op duress beroepen omdat de bedreiging echt en onmiddellijk was en ze er niet aan kon ontkomen
- BKan D zich alleen op duress beroepen als de overval mislukte
- CKan D zich in plaats van op duress op noodtoestand beroepen
- DKan D zich niet op duress beroepen omdat ze zich vrijwillig met gewelddadige criminelen inliet
6.Gemiddeld
D levert heroïne aan V, een volwassene, die zichzelf vrijwillig en bewust injecteert en overlijdt. Volgens R v Kennedy (No 2) is D:
- ANiet schuldig aan manslaughter, omdat V's vrije en geïnformeerde keuze het causaal verband doorbrak
- BSchuldig aan manslaughter, omdat V's keuze niet relevant is
- CSchuldig aan unlawful act manslaughter, omdat het leveren van een class A-drug zelf onrechtmatig en gevaarlijk is
- DSchuldig aan manslaughter, omdat levering altijd de dood veroorzaakt
7.Moeilijk
In het Nederlandse "Opticien"-arrest (Hoge Raad, 1923) verkocht een opticien na sluitingstijd een bril aan een man die de zijne had gebroken. De rechter erkende:
- ANoodweer ter verdediging van goed onder artikel 41 Sr
- BEen psychische stoornis als schulduitsluitingsgrond onder artikel 39 Sr
- CNoodtoestand als vorm van overmacht in de zin van artikel 40 Sr
- DEen ambtelijk bevel als rechtvaardigingsgrond op grond van artikel 43 Sr
8.Moeilijk
In R v Lloyd (1985) leende een bioscoopmedewerker films uit om te laten kopiëren en bracht ze binnen enkele uren terug. De rechter oordeelde dat er geen theft was omdat:
- ADe films werden teruggebracht zonder dat hun "goodness or virtue" volledig was uitgeput
- BHet kopiëren van films toen niet illegaal was
- CDe medewerker toestemming van de bioscoop had om de films korte tijd te lenen
- DFilms immateriële goederen zijn die niet kunnen worden gestolen
Antwoordenblad
- 1. D · Insanity (ontoerekeningsvatbaarheid)
- 2. C · Actus reus en mens rea
- 3. A · Een accessory (secondary party)
- 4. B · Voor ten minste één element van de actus reus geen mens rea vereist is
- 5. D · Kan D zich niet op duress beroepen omdat ze zich vrijwillig met gewelddadige criminelen inliet
- 6. A · Niet schuldig aan manslaughter, omdat V's vrije en geïnformeerde keuze het causaal verband doorbrak
- 7. C · Noodtoestand als vorm van overmacht in de zin van artikel 40 Sr
- 8. A · De films werden teruggebracht zonder dat hun "goodness or virtue" volledig was uitgeput
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.