Een bacteriecultuur begint met 1500 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,22 h⁻¹. Hoeveel cellen N zijn er na 4 h?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
N0 = 1500k = 0,22 h⁻¹t = 4 h
N =
2.Makkelijk
Een bacteriecultuur begint met 5000 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,3 h⁻¹. Hoeveel cellen N zijn er na 3 h?
N0 = 5000k = 0,3 h⁻¹t = 3 h
N =
3.Gemiddeld
Los y″ + 8y′ + 16y = 0 op met y(0) = 5 en y′(0) = -1. Bepaal y(2).
y″ + 8y′ + 16y = 0y(0) = 5y′(0) = -1
y(2) =
4.Gemiddeld
Een kop koffie van 95 °C wordt achtergelaten in een kamer van 20 °C. Na 18 min is de temperatuur 29 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken de constante k in min⁻¹.
T0 = 95 °CTa = 20 °CT(18) = 29 °C
k = min⁻¹
5.Moeilijk
Een tank bevat 1000 L zuiver water. Pekel met 0,2 kg zout per liter stroomt in met 4 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 40 min in de tank?
V = 1000 Lm0 = 0 kgc = 0,2 kg/Lr = 4 L/min
m = kg
6.Moeilijk
Los y′ + 3y = 10e−2t op met y(0) = 1. Bereken y(1,5).
y′ + 3y = 10e−2ty(0) = 1
y(1.5) =
Antwoordenblad
- 1. N = 3616
- 2. N = 12298
- 3. y(2) = 0,01442
- 4. k = 0,1178 min⁻¹
- 5. m = 29,57 kg
- 6. y(1.5) = 0,3979
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.