Een grootheid neemt af volgens dy/dt = −k·y met k > 0. Ze is 50 op t = 0 en 43 op t = 6 h. Bereken de snelheidsconstante k in h⁻¹.
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
y(0) = 50y(6) = 43
k = h⁻¹
2.Makkelijk
Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 24 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 91 dagen over?
m0 = 50 mgt½ = 24 dt = 91 d
m = mg
3.Gemiddeld
Los y″ + 8y′ + 15y = 0 op met y(0) = 4 en y′(0) = 6. Bepaal y(1).
y″ + 8y′ + 15y = 0y(0) = 4y′(0) = 6
y(1) =
4.Gemiddeld
Een gesmeed stalen onderdeel van 360 °C koelt af in een werkplaats van 28 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,02 min⁻¹ de temperatuur T na 47 min.
T0 = 360 °CTa = 28 °Ck = 0,02 min⁻¹t = 47 min
T = °C
5.Moeilijk
Los het beginwaardeprobleem y′ + 2y/x = 6 op voor x > 0, met y(1) = 2. Bereken y(3).
y′ + 2y/x = 6y(1) = 2
y(3) =
6.Moeilijk
Los y″ + 4y′ + 8y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = 0 (losgelaten uit rust). Bepaal y(1,5); hoeken in radialen.
y″ + 4y′ + 8y = 0y(0) = 1y′(0) = 0
y(1.5) =
Antwoordenblad
- 1. k = 0,02514 h⁻¹
- 2. m = 3,61 mg
- 3. y(1) = 0,5866
- 4. T = 157,7 °C
- 5. y(3) = 6
- 6. y(1.5) = −0,04226
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.