Een grootheid neemt af volgens dy/dt = −k·y met k > 0. Ze is 50 op t = 0 en 18 op t = 12 h. Bereken de snelheidsconstante k in h⁻¹.
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
y(0) = 50y(12) = 18
k = h⁻¹
2.Makkelijk
Een massa–veer–demper wordt beschreven door y″ + 6,4y′ + 16y = 0. Vergelijk met y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 en bepaal de dempingsfactor ζ.
y″ + 6,4y′ + 16y = 0
ζ =
3.Gemiddeld
Los y″ + 2y′ + y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = -1. Bepaal y(0,5).
y″ + 2y′ + y = 0y(0) = 1y′(0) = -1
y(0.5) =
4.Gemiddeld
Los y″ + 8y′ + 16y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 4. Bepaal y(0,5).
y″ + 8y′ + 16y = 0y(0) = 2y′(0) = 4
y(0.5) =
5.Moeilijk
Een tank bevat 1000 L water waarin 20 kg zout is opgelost. Pekel met 0,05 kg zout per liter stroomt in met 2 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 60 min in de tank?
V = 1000 Lm0 = 20 kgc = 0,05 kg/Lr = 2 L/min
m = kg
6.Moeilijk
Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 4y′ + 8y = 40, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal y(1); hoeken in radialen.
y″ + 4y′ + 8y = 40y(0) = 0y′(0) = 0
y(1) =
Antwoordenblad
- 1. k = 0,08514 h⁻¹
- 2. ζ = 0,8
- 3. y(0.5) = 0,6065
- 4. y(0.5) = 1,083
- 5. m = 23,39 kg
- 6. y(1) = 4,666
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.