Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 29 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 5 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
m0 = 50 mgt½ = 29 dt = 5 d
m = mg
2.Makkelijk
Bepaal voor de vergelijking y″ + 7y′ + 12y = 0 de wortel r van de karakteristieke vergelijking die het dichtst bij nul ligt. Die bepaalt hoe langzaam de oplossing uitdooft.
y″ + 7y′ + 12y = 0
r =
3.Gemiddeld
Los y″ + 6y′ + 8y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 4. Bepaal y(1,5).
y″ + 6y′ + 8y = 0y(0) = 2y′(0) = 4
y(1.5) =
4.Gemiddeld
Een blikje frisdrank van 4 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 28 °C gezet. Na 21 min is de temperatuur 21 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken de constante k in min⁻¹.
T0 = 4 °CTa = 28 °CT(21) = 21 °C
k = min⁻¹
5.Moeilijk
Los y′ + y = 4e−0,5t op met y(0) = 2. Bereken y(1,5).
y′ + y = 4e−0,5ty(0) = 2
y(1.5) =
6.Moeilijk
Los y″ + 4y′ + 20y = 0 op met y(0) = 3 en y′(0) = 0 (losgelaten uit rust). Bepaal y(1,5); hoeken in radialen.
y″ + 4y′ + 20y = 0y(0) = 3y′(0) = 0
y(1.5) =
Antwoordenblad
- 1. m = 44,37 mg
- 2. r = −3
- 3. y(1.5) = 0,2888
- 4. k = 0,05867 min⁻¹
- 5. y(1.5) = 2,44
- 6. y(1.5) = 0,1225
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.