Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 8 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 30 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
m0 = 50 mgt½ = 8 dt = 30 d
m = mg
2.Makkelijk
Een grootheid groeit volgens dy/dt = k·y met k > 0. Ze is 500 op t = 0 en 700 op t = 7 h. Bereken de snelheidsconstante k in h⁻¹.
y(0) = 500y(7) = 700
k = h⁻¹
3.Gemiddeld
Los y″ + 7y′ + 12y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 4. Bepaal y(0,5).
y″ + 7y′ + 12y = 0y(0) = 2y′(0) = 4
y(0.5) =
4.Gemiddeld
Los y″ + 8y′ + 15y = 0 op met y(0) = 4 en y′(0) = 4. Bepaal y(0,5).
y″ + 8y′ + 15y = 0y(0) = 4y′(0) = 4
y(0.5) =
5.Moeilijk
Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 3y′ + 27,25y = 272,5, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal y(1); hoeken in radialen.
y″ + 3y′ + 27,25y = 272,5y(0) = 0y′(0) = 0
y(1) =
6.Moeilijk
Los y′ + y = 7e−2t op met y(0) = 4. Bereken y(0,5).
y′ + y = 7e−2ty(0) = 4
y(0.5) =
Antwoordenblad
- 1. m = 3,716 mg
- 2. k = 0,04807 h⁻¹
- 3. y(0.5) = 1,324
- 4. y(0.5) = 2,021
- 5. y(1) = 10,01
- 6. y(0.5) = 4,097
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.