Een bacteriecultuur begint met 1000 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,19 h⁻¹. Hoeveel cellen N zijn er na 22 h?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
N0 = 1000k = 0,19 h⁻¹t = 22 h
N =
2.Makkelijk
Een massa–veer–demper wordt beschreven door y″ + 24y′ + 100y = 0. Vergelijk met y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 en bepaal de dempingsfactor ζ.
y″ + 24y′ + 100y = 0
ζ =
3.Gemiddeld
Los y″ + 8y′ + 16y = 0 op met y(0) = 5 en y′(0) = 2. Bepaal y(2).
y″ + 8y′ + 16y = 0y(0) = 5y′(0) = 2
y(2) =
4.Gemiddeld
Los y″ + 2y′ + y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 0. Bepaal y(2).
y″ + 2y′ + y = 0y(0) = 2y′(0) = 0
y(2) =
5.Moeilijk
Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 2y′ + 5y = 50, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal y(0,75); hoeken in radialen.
y″ + 2y′ + 5y = 50y(0) = 0y′(0) = 0
y(0.75) =
6.Moeilijk
Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 3y′ + 18,25y = 36,5, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal y(1); hoeken in radialen.
y″ + 3y′ + 18,25y = 36,5y(0) = 0y′(0) = 0
y(1) =
Antwoordenblad
- 1. N = 65366
- 2. ζ = 1,2
- 3. y(2) = 0,01644
- 4. y(2) = 0,812
- 5. y(0.75) = 7,31
- 6. y(1) = 2,418
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.