Een grootheid groeit volgens dy/dt = k·y met k > 0. Ze is 400 op t = 0 en 1320 op t = 10 h. Bereken de snelheidsconstante k in h⁻¹.
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 29 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 200 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 54 dagen over?
Een gesmeed stalen onderdeel van 320 °C koelt af in een werkplaats van 25 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,03 min⁻¹ de temperatuur T na 31 min.
Los y″ + 6y′ + 5y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = 2. Bepaal y(0,5).
Een tank bevat 500 L water waarin 5 kg zout is opgelost. Pekel met 0,2 kg zout per liter stroomt in met 5 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 34 kg zout?
Een tank bevat 200 L zuiver water. Pekel met 0,05 kg zout per liter stroomt in met 4 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 3 kg zout?
Antwoordenblad
- 1. k = 0,1194 h⁻¹
- 2. m = 55,02 mg
- 3. T = 141,4 °C
- 4. y(0.5) = 0,9999
- 5. t = 36,42 min
- 6. t = 17,83 min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.