Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 30 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 80 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 62 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
Een massa–veer–demper wordt beschreven door y″ + 1,2y′ + 4y = 0. Vergelijk met y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 en bepaal de dempingsfactor ζ.
Een blikje frisdrank van 6 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 29 °C gezet. Na 19 min is de temperatuur 20 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken de constante k in min⁻¹.
Los y″ + 6y′ + 8y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = 6. Bepaal y(1,5).
Een tank bevat 1000 L water waarin 10 kg zout is opgelost. Pekel met 0,1 kg zout per liter stroomt in met 5 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 37 kg zout?
Een tank bevat 1000 L water waarin 20 kg zout is opgelost. Pekel met 0,05 kg zout per liter stroomt in met 2 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 44 kg zout?
Antwoordenblad
- 1. m = 19,1 mg
- 2. ζ = 0,3
- 3. k = 0,04938 min⁻¹
- 4. y(1.5) = 0,239
- 5. t = 71,33 min
- 6. t = 804,7 min
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.