Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 28 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 85 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
Een massa–veer–demper wordt beschreven door y″ + 9,6y′ + 36y = 0. Vergelijk met y″ + 2ζωny′ + ωn²y = 0 en bepaal de dempingsfactor ζ.
Een blikje frisdrank van 5 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 25 °C gezet. Na 24 min is de temperatuur 17 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken de constante k in min⁻¹.
Los y″ + 7y′ + 12y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = 6. Bepaal y(2).
Los y′ + 3y = 8e−2t op met y(0) = 4. Bereken y(2).
Een tank bevat 200 L water waarin 5 kg zout is opgelost. Pekel met 0,25 kg zout per liter stroomt in met 4 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 50 min in de tank?
Antwoordenblad
- 1. m = 6,097 mg
- 2. ζ = 0,8
- 3. k = 0,03818 min⁻¹
- 4. y(2) = 0,02177
- 5. y(2) = 0,1366
- 6. m = 33,45 kg
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.