Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 24 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 61 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
m0 = 50 mgt½ = 24 dt = 61 d
m = mg
2.Makkelijk
Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 13 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 30 dagen over?
m0 = 50 mgt½ = 13 dt = 30 d
m = mg
3.Gemiddeld
Los y″ + 6y′ + 8y = 0 op met y(0) = 4 en y′(0) = -2. Bepaal y(0,5).
y″ + 6y′ + 8y = 0y(0) = 4y′(0) = -2
y(0.5) =
4.Gemiddeld
Los y″ + 5y′ + 6y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 6. Bepaal y(0,5).
y″ + 5y′ + 6y = 0y(0) = 2y′(0) = 6
y(0.5) =
5.Moeilijk
Los y′ + 2y = 3e−3t op met y(0) = 1. Bereken y(2).
y′ + 2y = 3e−3ty(0) = 1
y(2) =
6.Moeilijk
Los y″ + 3y′ + 27,25y = 0 op met y(0) = 2 en y′(0) = 0 (losgelaten uit rust). Bepaal y(0,5); hoeken in radialen.
y″ + 3y′ + 27,25y = 0y(0) = 2y′(0) = 0
y(0.5) =
Antwoordenblad
- 1. m = 8,587 mg
- 2. m = 10,1 mg
- 3. y(0.5) = 2,169
- 4. y(0.5) = 2,183
- 5. y(2) = 0,06583
- 6. y(0.5) = −0,5872
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.