Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 21 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 50 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 49 dagen over?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
m0 = 50 mgt½ = 21 dt = 49 d
m = mg
2.Makkelijk
Een radioactieve tracer heeft een halveringstijd van 16 dagen. Een monster bevat aanvankelijk 40 mg. Het verval volgt dm/dt = −k·m. Hoeveel m is er na 26 dagen over?
m0 = 40 mgt½ = 16 dt = 26 d
m = mg
3.Gemiddeld
Los y″ + 6y′ + 5y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = -2. Bepaal y(1,5).
y″ + 6y′ + 5y = 0y(0) = 1y′(0) = -2
y(1.5) =
4.Gemiddeld
Een gesmeed stalen onderdeel van 300 °C koelt af in een werkplaats van 29 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,03 min⁻¹ de temperatuur T na 16 min.
T0 = 300 °CTa = 29 °Ck = 0,03 min⁻¹t = 16 min
T = °C
5.Moeilijk
Los het beginwaardeprobleem y′ + 2y/x = 5x2 op voor x > 0, met y(1) = 3. Bereken y(3).
y′ + 2y/x = 5x2y(1) = 3
y(3) =
6.Moeilijk
Los y′ + 3y = 3e−t op met y(0) = 3. Bereken y(2).
y′ + 3y = 3e−ty(0) = 3
y(2) =
Antwoordenblad
- 1. m = 9,921 mg
- 2. m = 12,97 mg
- 3. y(1.5) = 0,1675
- 4. T = 196,7 °C
- 5. y(3) = 27,22
- 6. y(2) = 0,2067
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.