Een bacteriecultuur begint met 200 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,18 h⁻¹. Na hoeveel uur t zijn er 2000 cellen?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
Een bacteriecultuur begint met 500 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,13 h⁻¹. Na hoeveel uur t zijn er 1500 cellen?
Een blikje frisdrank van 5 °C wordt uit de koelkast in een kamer van 23 °C gezet. Na 25 min is de temperatuur 20 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken de constante k in min⁻¹.
Een gesmeed stalen onderdeel van 340 °C koelt af in een werkplaats van 27 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Bereken met k = 0,02 min⁻¹ de temperatuur T na 22 min.
Een systeem voldoet voor t ≥ 0 aan y″ + 2y′ + 17y = 170, startend uit rust: y(0) = 0, y′(0) = 0. Bepaal y(0,25); hoeken in radialen.
Los y′ + 3y = 9e−t op met y(0) = 1. Bereken y(2).
Antwoordenblad
- 1. t = 12,79 h
- 2. t = 8,451 h
- 3. k = 0,07167 min⁻¹
- 4. T = 228,6 °C
- 5. y(0.25) = 4,154
- 6. y(2) = 0,6003
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.