Een bacteriecultuur begint met 2000 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,15 h⁻¹. Hoeveel cellen N zijn er na 23 h?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
Bepaal voor de vergelijking y″ + 4y′ + 3y = 0 de wortel r van de karakteristieke vergelijking die het dichtst bij nul ligt. Die bepaalt hoe langzaam de oplossing uitdooft.
Een gesmeed stalen onderdeel van 340 °C koelt af in een werkplaats van 23 °C. Na 29 min is de temperatuur 200 °C. Het volgt de afkoelingswet van Newton, dT/dt = −k·(T − Tₐ). Hoe lang na de start, t, duurt het om 129 °C te bereiken?
Los y″ + 5y′ + 6y = 0 op met y(0) = 5 en y′(0) = -4. Bepaal y(1,5).
Een tank bevat 200 L zuiver water. Pekel met 0,2 kg zout per liter stroomt in met 5 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Hoeveel zout m zit er na 20 min in de tank?
Los y″ + 3y′ + 6,25y = 0 op met y(0) = 3 en y′(0) = 0 (losgelaten uit rust). Bepaal y(1,5); hoeken in radialen.
Antwoordenblad
- 1. N = 63001
- 2. r = −1
- 3. t = 54,51 min
- 4. y(1.5) = 0,481
- 5. m = 15,74 kg
- 6. y(1.5) = −0,2796
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.