Een bacteriecultuur begint met 1000 cellen en groeit volgens dN/dt = k·N met k = 0,36 h⁻¹. Hoeveel cellen N zijn er na 15 h?
Werkblad Differentiaalvergelijkingen met antwoorden
1.Makkelijk
N0 = 1000k = 0,36 h⁻¹t = 15 h
N =
2.Makkelijk
Bepaal voor de vergelijking y″ + 8y′ + 12y = 0 de wortel r van de karakteristieke vergelijking die het dichtst bij nul ligt. Die bepaalt hoe langzaam de oplossing uitdooft.
y″ + 8y′ + 12y = 0
r =
3.Gemiddeld
Los y″ + 7y′ + 10y = 0 op met y(0) = 5 en y′(0) = 2. Bepaal y(1,5).
y″ + 7y′ + 10y = 0y(0) = 5y′(0) = 2
y(1.5) =
4.Gemiddeld
Los y″ + 2y′ + y = 0 op met y(0) = 1 en y′(0) = 1. Bepaal y(2).
y″ + 2y′ + y = 0y(0) = 1y′(0) = 1
y(2) =
5.Moeilijk
Een tank bevat 1000 L water waarin 5 kg zout is opgelost. Pekel met 0,05 kg zout per liter stroomt in met 20 L/min, en de goed gemengde oplossing stroomt met dezelfde snelheid uit. Na hoeveel minuten t bevat de tank 41 kg zout?
V = 1000 Lm0 = 5 kgc = 0,05 kg/Lr = 20 L/min
t = min
6.Moeilijk
Los het beginwaardeprobleem y′ + y/x = 5x2 op voor x > 0, met y(1) = −2. Bereken y(3).
y′ + y/x = 5x2y(1) = −2
y(3) =
Antwoordenblad
- 1. N = 221406
- 2. r = −2
- 3. y(1.5) = 0,4459
- 4. y(2) = 0,6767
- 5. t = 80,47 min
- 6. y(3) = 32,67
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.