Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 3,3 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 5 V stuurt stroom door een weerstand van 470 Ω in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
3 rood leds (doorlaatspanning 2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 5 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 150 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 680 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 3 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Een zenerstabilisator van 5,6 V moet tot 25 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 18 V, en de zenerdiode heeft minstens 5 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. ID = 17,45 mA
- 2. I = 7,66 mA
- 3. R = 3600 Ω
- 4. VCE = 2,96 V
- 5. RB = 8,19 kΩ
- 6. Rmax = 413,3 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.