Een wit led met een doorlaatspanning van 3 V werkt op een voeding van 5 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Een zenerstabilisator van 5,6 V wordt gevoed uit 20 V via 270 Ω en voedt een belasting van 1500 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 33 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 6,8 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 5,6 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,5 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 50 schakelt een belastingsweerstand van 150 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB = 47 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 18 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. R = 200 Ω
- 2. R = 700 Ω
- 3. IZ = 49,6 mA
- 4. IC = 0,8496 mA
- 5. IC = 4,574 mA
- 6. PZ,max = 485,1 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.