Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 3,3 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,6 V wordt gevoed uit 15 V via een weerstand van 150 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 47 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 75 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 560 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 5,6 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 12 V, en de zenerdiode heeft minstens 2 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Een NPN-transistor met β = 50 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Antwoordenblad
- 1. ID = 11,06 mA
- 2. IR = 62,67 mA
- 3. IC = 1,066 mA
- 4. IC = 1,513 mA
- 5. Rmax = 152,4 Ω
- 6. IC = 21,82 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.