Een gelijkspanningsbron van 24 V stuurt stroom door een weerstand van 220 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 2,2 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 4,7 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
3 blauw leds (doorlaatspanning 3,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 22 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 100 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 12 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Antwoordenblad
- 1. I = 105,9 mA
- 2. ID = 2,26 mA
- 3. R = 160 Ω
- 4. VCE = 10,55 V
- 5. PZ,max = 287,1 mW
- 6. RB = 9,75 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.