Een wit led met een doorlaatspanning van 3 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 25 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 39 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 22 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 68 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 8,2 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitterweerstand is RE = 680 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 20 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Een zenerstabilisator van 5,6 V heeft een serieweerstand van 220 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 17 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. R = 300 Ω
- 2. R = 880 Ω
- 3. IC = 3,153 mA
- 4. VCE = 9,232 V
- 5. Rmax = 407,3 Ω
- 6. PZ,max = 290,2 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.