Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 1,5 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een geel led met een doorlaatspanning van 2,1 V werkt op een voeding van 5 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 18 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 8,2 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 2,2 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 820 kΩ vanaf de voeding VCC = 10 V. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 16 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Een zenerstabilisator van 5,1 V heeft een serieweerstand van 330 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 19 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. ID = 17,19 mA
- 2. R = 193,3 Ω
- 3. VCE = 14,9 V
- 4. IC = 1,134 mA
- 5. PZ,max = 155,2 mW
- 6. PZ,max = 214,8 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.