Een gelijkspanningsbron van 24 V stuurt stroom door een weerstand van 330 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 330 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 39 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitterweerstand is RE = 470 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 390 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 470 Ω en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 20 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,6 V in serie met 5 Ω (hij geleidt boven 0,6 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 6 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. I = 70,61 mA
- 2. ID = 24,12 mA
- 3. IC = 6,101 mA
- 4. VCE = 6,999 V
- 5. Rmax = 407,3 Ω
- 6. ID = 5,373 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.