Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−Vs​24 VR = 330 ΩD​I = ?

Een gelijkspanningsbron van 24 V stuurt stroom door een weerstand van 330 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.

Vs = 24 VR = 330 ΩVD = 0,7 V
I = mA
2.Makkelijk
+−Vs​9 VR1​ = 330 ΩR2​ = 680 ΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 330 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 9 VR1 = 330 ΩR2 = 680 ΩVD = 0,7 V
ID = mA
3.Gemiddeld
RC​ = 1,5 kΩβ = 100IC​ = ?RE​ = 470 ΩVCC​ = 20 VR1​ = 39 kΩR2​ = 10 kΩ

Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 39 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitterweerstand is RE = 470 Ω. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.

VCC = 20 VR1 = 39 kΩR2 = 10 kΩRC = 1,5 kΩRE = 470 Ωβ = 100
IC = mA
4.Gemiddeld
RC​ = 470 Ωβ = 200VCC​ = 9 VRB​ = 390 kΩ

Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 390 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 470 Ω en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.

VCC = 9 VRB = 390 kΩRC = 470 Ωβ = 200VBE = 0,7 V
VCE = V
5.Moeilijk
+−≥ 20 VR = ?3,3 V≤ 40 mA

Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 40 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 20 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.

Vin,min = 20 VVZ = 3,3 VIL,max = 40 mAIZ,min = 1 mA
Rmax = Ω
6.Moeilijk
V (V)I (mA)0,666Q = ?

Een diode wordt gemodelleerd als 0,6 V in serie met 5 Ω (hij geleidt boven 0,6 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 6 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.

Vs = 6 VR = 1000 ΩV0 = 0,6 Vrd = 5 Ω
ID = mA

Antwoordenblad

  1. 1. I = 70,61 mA
  2. 2. ID = 24,12 mA
  3. 3. IC = 6,101 mA
  4. 4. VCE = 6,999 V
  5. 5. Rmax = 407,3 Ω
  6. 6. ID = 5,373 mA

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.